DRIBBELOEFENINGEN: WERK AAN JE BALVAARDIGHEID!

.

oefeningen-dribbelen

Bij basketbal heb je die impulsieve forwards, die meteen een shot lanceren zodra ze de bal in hun handen hebben. Dan heb je de centers, lange balkunstenaars die vaak met hun rug naar de ring spelen. En dan heb je de baltovenaars, de spelverdelers. Zij sturen het spel.

Maar hoe werk je nu aan je balvaardigheid, zodat je kunt dribbelen zonder te kijken? Een stoel, een basketbal en een tennisbal, meer heb je niet nodig! We leggen het even uit. En zodra je het dribbelen onder de knie hebt, geven we je wat tips om je tegenstander af te schudden of vlot een shot te lanceren na een dribbel.

Reeksen voor beginners

Laat ons starten met een eerste reeks oefeningen voor beginners. Hierbij gaat het erom de verschillende bewegingen en het gevoel van het dribbelen te ontdekken en onder de knie te krijgen. Zo dribbel je ook niet langer op je voeten.

Begin met dribbelen in stilstand, met je goede hand (niet voor je uit, anders dribbel je geheid op je voeten). Zodra dat lekker gaat, sluit je de ogen! Nu je op je gemak bent met de bal, kan je je rustig beginnen te bewegen, nog altijd met de ogen dicht en nog altijd al dribbelend. Probeer nu eens van hand te wisselen! Met deze oefening leer je om naar het spel te kijken tijdens een wedstrijd, niet naar de bal (uiteraard wel met de ogen open!).

Bij de tweede oefening ga je variëren in je dribbelrichting. Laat de bal van voor naar achter stuiten, ter plaatse en zonder van hand te wisselen. Blijf voor je uit kijken. Blijf staan en blijf dribbelen met één hand. Laat de bal nu voor je stuiten, van rechts naar links en terug.

Na deze concentratie- en behendigheidsoefeningen mag je even uitblazen! Voor de derde oefening uit de reeks mag je gaan zitten. Meer bepaald met de billen op de rand van de stoel die je hebt klaargezet.

Zittend en met de voeten tegen elkaar voor je laat je de bal van de ene naar de andere gaan, onder je benen door.

Bij deze oefening leer je om te dribbelen zonder te kijken, en om ook sneller en lager te dribbelen. Bovendien is ze makkelijk uit te voeren voor een wedstrijd en werk je aan je houding als je de hele wedstrijd de bank zult moeten warm houden omdat je nog maar eens op je voeten hebt gedribbeld.

En uiteraard raden we je aan om deze oefeningen uit te voeren met de twee hand - zéker met je zwakke hand - zodat je niet beperkt wordt in je spel.

oefeningen-dribbel-bal-basketbal-kind-beginner

Reeksen voor gevorderden

Nu je het ritme en het gevoel van het dribbelen bij basketbal helemaal onder de knie hebt, is het tijd om een stapje verder te gaan. Voor je benen, maar ook voor je kopje: we gaan aan je coördinatie werken.

Bij oefening een gaan we je dribbelpotentieel verdubbelen. En dat mag je letterlijk nemen, want we gaan met twee ballen tegelijk dribbelen! Eén in elke hand welteverstaan. Je wil nog altijd leren dribbelen, niet jongleren.

In stilstand neem je een bal in elke hand en dribbel je met beide tegelijk: de twee ballen moeten op hetzelfde moment stuiteren. Zodra je de techniek onder de knie hebt - na een paar minuten of een paar weken - kan je je gaan verplaatsen over het terrein. Let er wel op dat je altijd simultaan dribbelt.

Vervolgens kan je de oefening herhalen door afwisselend te dribbelen: de ene bal stuit op de grond, terwijl je de andere nog in de palm van je hand hebt.

En let er uiteraard op dat je de hele tijd voor je uit kijkt.

Voor de tweede oefening mag je een van de ballen neerleggen, maar je blijft wel de beide handen gebruiken! In stilstand wissel je van hand (gekruiste dribbel), achter de rug of tussen de benen.

Begin eerst door een keertje ter plaatse te dribbelen en dan van hand te wisselen. Vervolgens doe je twee keer na elkaar dezelfde handwissel. In een derde fase doe je twee verschillende handwissels, en zonder tussendribbel.

Je kan nu je eigen combinaties van twee of drie handwissels gaan bedenken.

En hoe moet je blik gericht zijn tijdens de oefening?

training-dribbel-oefeningen-bal-basketbal-heren

En om deze reeks oefeningen te beëindigen, halen we een tweede bal boven...een tennisbal dit keer!

In stilstand dribbel je met één hand met je basketbal en terwijl gooi je met de andere hand de tennisbal omhoog. Het komt er nu op aan de tennisbal weer op te vangen zonder te stoppen met dribbelen. Valt de bal toch op de grond, raap hem dan op en doe voort. Blijf de hele tijd dribbelen. Heb je het een beetje door? Houd je hoofd hoog en kijk recht voor je uit, om de tennisbal in je blikveld te houden.

Met deze oefeningen verbeter je je houding, je balbehandeling en je coördinatie zonder dat je de controle over de bal en het spel kwijtraakt. Mis je de helft van het materiaal, train het dribbelen dan met een tennisbal! Je zal dan een tandje moeten bijsteken en extra letten op je houding: knieën geplooid, heupen naar achteren, schouders naar voren, en dribbelen onder je middel.

Je dribbel perfectioneren

 

Nu je weet hoe je de bal moet behandelen, gaan we over naar de oefeningen om in beweging te dribbelen. Het is ongetwijfeld leuk om te dribbelen met de ogen dicht en tegelijk te jongleren, maar tijdens een match dient dribbelen om je te verplaatsen en ruimte vrij te maken rond je voor een pass of worp.

Hiervoor kun je twee oefeningen op een half veld toevoegen aan je trainingsroutine: een eerste om van richting te veranderen met een dribbel, en een tweede om van hand te veranderen met een worp.

Van richting veranderen door van hand te wisselen

Maak je klaar om te zigzaggen bij deze eerste oefening! Stel 6 kegels op in zigzagvorm op een half speelveld: 3 langs de zijlijn en 3 in de as van de basketbalring.

Begin bij de achterste lijn en dribbel naar de eerste kegel. Aan de eerste kegel verander je van hand en ga je naar de tweede kegel. Loop over de speelhelft terwijl je aan elke kegel van hand en van richting verandert, en leg de weg opnieuw af in omgekeerde richting.

Je kunt de volgende 4 belangrijkste veranderingen van hand afwisselen: gekruiste dribbel, rugdribbel, dribbel tussen de benen en reverse.

Ze zien er misschien onschuldig uit, maar de kegels stellen je tegenstanders voor: het is de bedoeling dat je ze omzeilt, niet dat je eroverheen stapt. Voer je dribbel uit vóór de kegel en versnel na de verandering van richting.

Wanneer je de oefening onder knie hebt, kun je ze herhalen terwijl je sneller loopt.

training-dribbel-oefeningen-bal-basketbal-dames

Slalommen en schieten

Voor de tweede oefening ga je naar de rechterlijn, recht voor de basketbalring! Plaats nu de kegels recht na elkaar met een meter tussenafstand op de as van de basketbalring. De laatste kegel moet zich aan het begin van de bucket bevinden.

Dribbel zo snel mogelijk tussen de kegels en verander tussen elke kegel van hand. Wanneer je voorbij de laatste kegel bent, kun je een dubbele pas of een jump shot uitvoeren.

Naargelang de richting van je laatste dribbel, zul je aan de linker- of rechterkant van de bucket staan. Het is te laat om over te steken om met je goede hand te spelen! Je moet proberen om te werpen nadat je van hand verandert. Dat zal je ertoe aanzetten om vanuit verschillende hoeken te werpen en je richting- en handwissels goed in te schatten.

Je kunt deze oefening herhalen en proberen om meer te dribbelen tussen elke kegel. Tijdens de eerste reeks kun je bijvoorbeeld een gekruiste dribbel doen tussen elke kegel. Vervolgens probeer je om twee keer te dribbelen tijdens je tweede reeks, en om drie keer te dribbelen tijdens je derde reeks. Herbegin daarna met een reeks met één dribbel tussen de benen tussen elke kegel, vervolgens twee, dan drie, enzovoort.

Buig voorover en dribbel zo laag mogelijk om goed te dribbelen en snel te slalommen. Zo kun je de bal beter beschermen tijdens een match, wanneer de kegels handen zullen hebben en zullen proberen om je te onderscheppen.

training-dribbel-oefeningen-bal-basketbal-kind

Leren schieten vanuit de dribbel

 

Je kent ongetwijfeld wel het spreekwoord: “Met een goeie aanval win je het publiek, met een goeie verdediging win je titels”. Dat moeten we hopelijk niet herhalen.

Al blijft bij basketbal doel nummer één natuurlijk om meer te scoren dan de tegenstander. Welnu, om het succes niet uit je handen te zien glippen - niet op dagen dat je goed verdedigt, noch op dagen dat het open deur is in je eigen bucket - hebben we twee oefeningen voor je klaar om te leren schieten vanuit een dribbel.

Neem een stel kegels, een bal en zet je ter hoogte van de bucket. Uiteraard. Het zou wat onnozel zijn om je te laten gooien vanaf de middellijn.

Schieten vanuit de dribbel

Voor de eerste oefening stellen we voor om meteen twee vliegen in één klap te slaan: je afzet oefenen, je dribbel inzetten en schieten vanuit een dribbel. Drie vliegen in één klap eigenlijk. Een triple-double dus, snap je?

Om te beginnen zet je twee kegels op de driepuntslijn, in het verlengde van de vrijworplijn, langs elke kant. Bij deze oefening begin je met een 'auto-pass'. 20 seconden time-out om dat even uit te leggen:

Bij een 'auto-pass' of pass naar jezelf, gooi je de bal voor je uit en laat je hem fel naar je toe spinnen. Zo zal hij terug in je handen stuiten. Op die manier simuleer je een beetje een botspass wanneer je geen kompaan hebt met voldoende motivatie om je rebounds te nemen en 200 keer opnieuw de bal naar je toe te gooien.

Met de rug naar de ring begin je de oefening dus met een pass naar je zelf om de bal aan te nemen achter de kegel. Stap één: pivoteer op het moment dat je de bal opvangt, op die manier vermijd je dat je een loopfout tegenkrijgt nog voor je je dribbel hebt ingezet.

Bij het opvangen van de bal doe je een front pivot als je de voet het dichtst bij de ring gebruikt, of een drop step als je de voet het verst van de ring gebruikt om te pivoteren. De beste optie? Variatie!

Zodra je stevig op je benen staat en je fundamentals dus beheerst, dribbel je rond de kegel (als je de gewoonte aankweekt om over de kegel te stappen, dan kom je tijdens een wedstrijd voor verrassingen te staan; daar zijn die kegels immers echte personen, en daar stap je niet zomaar over). Je kan direct aanzetten, door de voet het verst van de kegel als eerste af te zetten, of een cross-over doen door eerst je voet het dichtst bij de kegel af te zetten. Het komt erop aan zo snel mogelijk je dribbel in te zetten nadat je je in positie hebt gezet achter de kegel.

training-dribbel-oefeningen-bal-basketbal-heren

Schieten binnen de bucket

Bij de tweede oefening moet je wat meer lopen en gaan we werken aan je dribbel, het wisselen van steunvoet en het schieten vanuit de dribbel.

Neem je kegels er opnieuw bij, zet er een tussen de bucket en de driepuntslijn op de vrijworplijn, en de andere in het midden van de bucket, tussen de boog en de vrijworplijn.

Je start op de baseline, naast de bucket.

Voer al dribbelend de bal langs de bucket, passeer de eerste kegel (die nog altijd als verdediger fungeert), maak rechtsomkeer richting begin van de bucket, stop voor de tweede kegel en schiet.

Het komt erop aan dat je zo snel mogelijk leert om je steunpunt te verleggen terwijl je dribbelt en leert hoe je vanuit een dribbel naar doel schiet. Je kan gaan voor een jumpshot, een floater op één been of een tweebenige floater. Herhaal de oefening, maar begin nu aan de andere kant van de bucket.

Om je bal te beschermen tegen een steal, dribbel je met de linkerhand wanneer je de bucket aan je rechterkant hebt en omgekeerd. Om steals te vermijden en er vaart in te brengen - handig om aan de ring te geraken - ga je lichtjes door je benen en houd je de bal goed laag, zowel bij het aannemen als dribbelen!

Zodra je deze oefening onder de knie hebt, probeer je ze sneller en sneller uit te voeren.

training-dribbel-oefeningen-bal-basketbal-dames

Vind je deze oefeningen leuk? Deel dan gerust ook jouw trainingsroutines met ons.