LONGEREN: HOE DOE JE DAT EN MET WELK MATERIAAL?

Longeren is de basis van het leerproces van een paard. Het regelmatig longeren van je paard is belangrijk om zijn algemene functionering en voortbeweging te observeren, en om eventuele spierzwaktes te analyseren zodat daarop gewerkt kan worden.
Materiaal en tips: we vertellen je er alles over! 

HET MATERIAAL

De longeerlijn
Hij meet gewoonlijk 8 meter en laat het paard bewegen in een cirkel met een diameter van 18 tot 20 meter. Hij moet sterk zijn en goed in de hand liggen. De kaptoom
Je kunt een kaptoom gebruiken in plaats van het gebruikelijke hoofdstel. De longeerlijn werkt op het neusbeen van het paard ter hoogte van de neusriem die voorzien is van ringen. Bij het gebruik van teugels is er geen inwerking op het bit tussen het werken met de longeerlijn en met de teugels. De halsterverbinding
Deze verbindt de twee bitringen en heeft een 360°-ring. Het bevestigingspunt voor de longeerlijn zit in het midden van de twee bitringen. De longeerzweep
Zij is de verlenging van de hand van de longeerder om de instructies van de stem te versterken. Een longeerzweep moet licht en goed uitgebalanceerd zijn om de pols niet te vermoeien, en ook lang genoeg zodat de longeerder het paard kan raken waar hij wil, terwijl hij toch op veilige afstand blijft tijdens het oefenen.  

ENKELE VOORZORGEN

Voor de longeerder:
 - Draag handschoenen voor een goede grip en om mogelijke brandwonden te vermijden als je werkt met veulens of moeilijke paarden.
- Draag nooit sporen om te vermijden dat je struikelt. Voor het paard:
- Bescherm zijn ledematen met pees- en kogelbeschermers of polobandage, eventueel ook met springschoenen.

HOE LONGEER JE EEN PAARD?

HET CONTACT

De ruiter legt het paard een code op die gebaseerd is op tempowisselingen, met versnellingen en vertragingen. De stem is voor de ruiter het belangrijkste hulpmiddel om aan het paard zijn bedoelingen duidelijk te maken. De longeerlijn maakt de verbinding tussen de mond van het paard en de hand van de ruiter, net zoals de teugels dat doen. Een longeerzweep is aan te raden om het voorwaarts bewegen van het paard te garanderen. De longeerder gebruikt bij voorkeur een eenvoudige woordenschat en speelt vooral met zijn stemintonatie (een energieke toon om een versnelling in te zetten, een langzamere toon voor vertragingen).

DE HOUDING 

De longeerder staat op de loodlijn van het paard, met de longeerlijn in de hand aan de kant waar het paard draait (bijvoorbeeld: het paard maakt een baan aan de linkerhand, dan wordt de longeerlijn in de linkerhand gehouden en het touwoverschot in achten in de rechterhand). De longeerder beweegt ook in een zeer kleine cirkel met een diameter van 1 m in het midden van die van het paard. Het touwoverschot wordt in achten vastgehouden om niet om de hand te kunnen strikken en om niet met horten en stoten op de mond van het paard in te werken wanneer die de mond opent om wat speling te geven.

GEBRUIK

De combinatie paard-longeerlijn-longeerder-zweep vormt een driehoek, de longeerlijn wordt als een teugel vastgehouden, nog versterkt met de duim-wijsvinger greep. De longeerder houdt de longeerlijn altijd gespannen. Zo worden de instructies beter overgebracht en wordt vermeden dat het paard het touw met de poten kan meenemen (wat brandwonden in de kootholte kan veroorzaken of de ruiter kan doen struikelen).