GOED REMMEN MET EEN RACEFIETS

.

Goed remmen racefiets

Welke remtechniek hanteer je het best afhankelijk van het terrein? Moet je meer je achterrem of net je voorrem gebruiken?

Juist remmen is niet iedereen gegeven, maar gelukkig is het een techniek die je kan aanleren wanneer je je fiets in alle omstandigheden onder controle wil houden. Door goed te remmen kun je bovendien vaak sneller afdalen (behalve wanneer die afdaling in een rechte lijn gaat) dan een fietser die deze techniek niet beheerst.

EERST DE TECHNISCHE KANT

Eerst en vooral moet je zorgen dat je remmen perfect werken om ze veilig te kunnen gebruiken. De remblokjes moeten in goede staat zijn en evenwijdig staan met de velg. Als je remt, moeten ze volledig tegen de velg drukken. Let erop dat de remblokjes je banden niet raken. Zo scheuren namelijk je banden.

Je remkabels en -mantels moeten ook in perfecte staat zijn. In het algemeen raden we aan ze elk jaar te vervangen, zeker wanneer je soms in de regen fietst. Roestende of beschadigde kabels glijden minder goed in de mantels en zullen bijgevolg ook minder goed remmen.

goed remmen technische

VOORREM OF ACHTERREM?

Toen je klein was, hebben je ouders je ongetwijfeld aangeleerd om voornamelijk je achterrem te gebruiken, zodat je niet over de kop zou gaan. Fout!

Voor een kind dat niet heel snel fietst en niet veel weegt is het logisch dat de achterrem voldoende is om te vertragen, maar die vlieger gaat niet op voor een volwassene.

Net zoals bij een motorfiets moet je vooral je voorrem gebruiken. Vaak spreekt men van een verdeling van het remvermogen van 70 % op de voorrem en 30 % op de achterrem. Dat heeft alles te maken met de gewichtverplaatsing. Wanneer je remt, verschuift het gewicht van je fiets en van jezelf naar voren. Daardoor wordt je voorwiel sterker belast en de band wordt wat ingeduwd, waardoor je een groter contactoppervlak krijgt. Zo kan je voorwiel de remkracht beter opvangen.

Je achterwiel daarentegen wordt ontlast en kan snel blokkeren wanneer je hard remt. En een wiel blokkeren is allesbehalve aan te raden!

Daarom zijn motorfietsen doorgaans uitgerust met twee grote remschijven op het voorwiel en slechts één, veel kleinere remschijf op het achterwiel. Hetzelfde geldt voor wagens, die achteraan vaak grotere remschijven hebben dan achteraan. Dikwijls hebben ze zelfs trommelremmen achteraan, die heel wat minder krachtig zijn.

Op een droge ondergrond en als je in een rechte lijn fietst, moet je je alvast deze regel inprenten: 70 % vooraan en 30 % achteraan remmen.

Aangezien je gewicht naar voren verschuift, zal je voorwiel minder snel blokkeren. Als je weet hoe je de remkracht moet doseren, is het dus veel moeilijker om een voorwiel te laten blokkeren dan een achterwiel.

WISSEL AF TUSSEN VOOR- EN ACHTERREM OM TE VERTRAGEN

In lange afdalingen zal je soms enkel wat willen vertragen of zelfs je snelheid willen behouden in plaats van volledig af te remmen.

Gebruik in dat geval afwisselend je voor- en achterrem om te vermijden dat de velgen oververhit raken. Een essentiële techniek wanneer je bijvoorbeeld over wielen in carbon beschikt die veel sterker opwarmen dan wielen in aluminium.

Rem je op zeer lange afstanden slechts met één rem, dan wordt de velg steeds warmer en neemt de druk in de binnenband toe. In extreme gevallen kan dat leiden tot een klapband. Dat geldt ook voor carbonwielen, waarbij het hars tussen de verschillende carbonlagen gaat smelten. Je carbonvelg loopt dan onherstelbare schade op.

Goed remmen afwisselen

REMMEN OP GRIND, ZAND OF NAT WEGDEK

In deze bijzondere omstandigheden is een juiste remtechniek des te belangrijker. Op een droog wegdek kun je zelfs remmen als je een bocht neemt, maar wanneer je minder grip hebt (nat wegdek, drassige ondergrond, dode bladeren, zand of grind) moet je onthouden dat je nooit mag remmen als je schuin hangt. Zo verlies je namelijk gegarandeerd je grip.

In deze hachelijke omstandigheden moet je meer dan ooit het remmen doseren om te vermijden dat je wielen blokkeren. De verdeling van 70 / 30 wordt op nat wegdek veeleer 50 / 50. En op zand of grind kan die verdeling zelfs 0 / 100 worden, waarbij je je voorrem gewoonweg niet gebruikt.

Als je je voorwiel blokkeert op grind of zand, zal je namelijk onvermijdelijk vallen. Het is dus beter dat je je tijd neemt om enkel je achterrem te gebruiken. Het risico bestaat dan weliswaar dat je achterwiel blokkeert, maar dat is gemakkelijker op te vangen als je fiets weer rechtop staat. Bovendien kun je het moment van blokkeren uitstellen door zo veel mogelijk gewicht naar achteren op je fiets te brengen

goed remmen grind zand

REMMEN IN EEN BOCHT

Als je het artikel "Fietsen op de weg: hoe goed afdalen?" hebt gelezen, dan weet je dat je moet remmen voor je een bocht in gaat. Soms kan het evenwel gebeuren dat je bij een afdaling die je niet kent een bocht te snel aansnijdt. Een bocht die plots een haarspeldbocht blijkt of die verscholen lag tussen de bomen... kortom, een bocht kan plots scherper uitvallen dan je had verwacht.

In dat geval moet je wel vertragen of je vliegt uit je bocht. Om je te helpen draaien, kun je enkel de achterrem gebruiken zodra de fiets wat schuin hangt. Zo kun je wat meer afremmen, maar let op dat je zuinig omspringt met je rem zodat je niet slipt.

goed remmen bocht

IN EEN PELOTON

Het komt wel vaker voor dat fietsers in een peloton elkaar op minder dan 50 cm afstand volgen. Je begrijpt dan ook wel dat bruusk remmen absoluut uit den boze is, behalve in een noodgeval. Wanneer je te bruusk remt, kunnen de andere fietsers achter je, verrast door je plotse handeling, op jou botsen.

Gebruik dus liever je achterrem om wat te vertragen. Dat volstaat doorgaans. Rem je te hard, dan zal je een flinke dosis energie nodig hebben om weer op te trekken.

goed remmen peloton