- “Competitie” : Een makkie: competitie betekent natuurlijk wedstrijdzwemmen. Meetings, provinciale, nationale of internationele wedstrijden, keuze te over!
- “Groot / klein bad” : als een zwemmer zegt dat hij traint voor of deelneemt aan een wedstrijd in het grote bad, bedoelt hij dat hij zwemt in een Olympisch zwembad (50 m). Het kleine bad staat synoniem voor een zwembad van 25 m.
- “Vrije slag": wordt vaak verward met borstcrawl. Vrije slag op wedstrijdniveau betekent dat alle slagen toegelaten zijn. Sommige zwemmers kiezen daarbij voor schoolslag, andere voor crawl en andere voor rugslag of vlinderslag. De meesten kiezen voor crawl omdat dat de snelste slag is. Je mag alleen een van de klassieke slagen kiezen en het is verboden van slag te wisselen tijdens de wedstrijd.
- “Wisselslag” : wisselslag is een opeenvolging van vier verschillende slagen op een afstand van 200 m / 400 m of 100 m (alleen in het kleine bad). De volgorde van de slagen wordt bepaald door de federatie: vlinderslag, rugslag, schoolslag en vrije slag. Bij een aflossingswedstrijd verandert de volgorde, zodat de rugzwemmers als eerste kunnen vertrekken. De volgorde is dan: rugslag, schoolslag, vlinderslag en vrije slag.
- “Keerpunt”: Dit is de koprol die je maakt telkens je bij de wand komt (alleen bij crawl en rugslag). Als je het goed doet, win je hier veel tijd mee. Je neemt een keerpunt in buikligging, behalve bij de wisselslag. Daar mag je direct naar rugligging draaien bij het wisselen tussen rugslag en schoolslag.
- “*Specialiteit” : Dat spreekt voor zich: je favoriete slag, degene die je het liefst zwemt dus, en vaak ook degene waarin je het best bent.
- “Reeks” / “Finale” : in het wedstrijdzwemmen worden de reeksen vaak 's ochtends gezwommen. Zo kan je je kwalificeren voor de finale van elke slag en soms voor elke categorie (finale A voor de 8 besten, finale B voor de volgende 8). Bij nationale en internationale kampioenschappen zijn de halve finales ook een verplichte tussenstop voor de laatste wedstrijd.
- “Ik zwem in baan 4” : Als je dit zegt, ben je de favoriet van de reeks of finale waarin je gaat zwemmen. De volgorde van de banen, van de beste naar de slechtste tijd, is: 4, 5, 3, 6, 2, 7, 1, 8.
- “Onderwaterfase” : na de duikstart en na een keerpunt mag de zwemmer een stuk onder water zwemmen. Dit is een bepalend onderdeel van de wedstrijd. Na maximaal 15 m moet zijn hoofd de waterlijn doorbreken.
- “Wachtruimte” : Dit is de plaats waar alle deelnemers wachten op het beslissende moment. Hier is de stress van de zwemmers en zwemsters bijna voelbaar. Nog één keer checken of badmuts, brilletje en badpak of zwembroek goed zitten, en dan met opgewarmde spieren het bad in duiken!